2.26. Cool

‘Zo, nu hèb je werk!’ zegt Barbara als Kiki en River de deur uit zijn. Bespeur ik daar iets van vergenoegdheid in haar stem? Of is het spot?

‘Vrijwilligerswerk…’ zeg ik, ‘ik had eigenlijk andere plannen.’

‘Wil je dan nog altijd gaan solliciteren in de Lantaren?’

‘Nee, ik dacht aan vrijwilligerswerk in het buitenland.’

‘In het buitenland?’

Eindelijk heb ik haar aandacht.

‘Ja, je zei toch dat ik moest googelen? Ik heb heb een leuke website gevonden: Volunteerworld. Je kunt zelf een land kiezen en een project, je kunt met mensen of dieren werken, of in de landbouw… Je kunt bijvoorbeeld pinguins gaan redden in Zuid-Afrika of Engelse les gaan geven in Vietnam…’

Ze gaat er zowaar bij zitten.

‘Dat is wel een eind… Moet je je reis dan zelf betalen?’

‘Ja, zelf organiseren en zelf betalen en het verblijf moet je ook betalen.’

‘Het verblijf? Maar het is toch vrijwilligerswerk?’

‘Ja, het zijn hulporganisaties, die hebben niet altijd comfortabele accommodatie.’

Ik zie haar bedenkelijk kijken.

‘Het is niet voor meteen hoor,’ probeer ik haar gerust te stellen, ‘maar ik vind het een interessant idee. Ik zal me eerst maar wat over River ontfermen.’

Ze knikt.

‘Gelukkig gaat het wat beter tussen hem en zijn ouders,’ zegt ze dan.

 

Daar ben ik ook blij om want de taak die Kiki me heeft toebedeeld is daardoor al minder beduidend. Kiki heeft het allemaal geregeld en enerzijds maakt me dat trots, maar anderzijds besef ik hoe ze me nog steeds kan strikken. Tijdens de zondagmiddaglunch bij Barbara begon Kiki ons, Barbara, Ferre en ik, al voor te bereiden op het gesprek dat we met River zouden hebben.

‘Jullie moeten maar denken hoe het zou zijn als ik het was,’ zei ze weer. ‘Stel dat ik een jongen in een meisjeslichaam was. En dat ik daar heel ongelukkig over zou zijn. Zouden jullie dan niet alles doen om mij te helpen?’

Ik keek naar Barbara want ik weet dat ze zich daar nog altijd zorgen over maakt. Kiki legde uit dat Rivers ouders begeleiding hadden gezocht en dat River nu weer bij hen thuis kwam, maar dat hij voorlopig in Brussel bleef wonen.

‘Maar dan hoeven wij toch niets meer te doen?’ zei Barbara.

‘Misschien heeft hij gewoon wat medestanders nodig,’ zei Ferre.

‘Juist,’ zei Kiki, ‘River heeft een buddy nodig. Hij staat op de wachtlijst van Buddywerking België, maar er is nog geen buddy voor hem gevonden.’

‘Wat moet een buddy dan doen?’ vroeg ik.

‘Bereikbaar zijn en af en toe zelf contact nemen. Bijvoorbeeld een keertje per week bellen om te vragen hoe het gaat. En misschien wat helpen met administratie of eens meegaan naar een dienst of een ziekenhuis.’

‘Hij is toch niet ziek? Of wil hij zich laten opereren?’

‘Voorlopig niet. Hij zou binnenkort wel mogen starten met een hormoonbehandeling.’

‘Wil jij zijn buddy zijn?’ vroeg Kiki mij op de man af.

‘Ik? waarom ik?’

‘River vindt jou cool.’

‘Cool? Wat heb je hem allemaal over mij verteld?’

‘Gewoon… over jouw avonturen in Frankrijk…’

‘O geweldig! En nu weet heel Mortsel dat ik euh… een vriend en een vriendin heb…’

Ik zag Barbara en Ferre naar elkaar kijken.

‘Maar nee, oma, alleen River weet het, en die woont in Brussel en praat met bijna niemand in Mortsel.’

‘Maar zijn ouders…’

‘Die hebben echt wel iets anders aan hun hoofd.’

‘Ik weet het niet hoor, Kiki, waar begin ik aan…’

‘Je wou toch iets nuttigs doen?’ zei Barbara.

Op dat moment ging de bel. Kiki ging opendoen en kwam terug met River in haar kielzog. Ferre ruimde de tafel af en Barbara ging koffie zetten. River gaf me een hand en glimlachte. Hij zag er anders uit dan die keer dat ik hem in het Zuidstation zag, meer ontspannen. Nu hij voor mij zat herkende ik de Romi van vroeger. Met een zwart t-shirt op een donkergrijze jeans, de handen stoer in de zakken, het korte haar omhoog geborsteld, zag hij eruit als een jongensachtig meisje, maar nog steeds een meisje. Ik wist niet goed wat te zeggen, maar Kiki liet er geen gras over groeien en zei dat ik ‘misschien’ wel zijn buddy wou zijn.

‘Cool,’ zei River.

Ik voelde me eerlijk gezegd een beetje erin geluisd, maar ik dacht aan Kiki’s woorden. Stel dat het Kiki was. Deze jongen was duidelijk een pak minder mondig dan onze Kiki en het zal je maar overkomen, en dan ouders hebben die het heel moeilijk hebben met dit soort dingen… Dus wisselden we telefoonnummers uit en spraken af dat we een keertje samen koffie zouden gaan drinken in het café van het Roze Huis.

‘En dan zien we wel,’ zei ik, nog niet helemaal zeker van mijn stuk. Ik heb me door Kiki laten inpakken, maar ik heb niks getekend en als het niet klikt, kan ik het nog altijd afblazen. Barbara leek het vreemd genoeg een goed idee te vinden.

 

‘Nog iets van Nicolas gehoord?’ vraagt ze terwijl ik mijn jas aantrek en mijn tramkaart in mijn handtas zoek.

‘Ja hoor,’ zeg ik. ‘Hij stelt het goed. En Louise ook, dank je wel.’

Ze kan ermee lachen.

‘Misschien ga ik over een paar weken weer die richting uit. Louise heeft me uitgenodigd om met haar een reisje in Noord-Spanje te maken.’

‘Noord-Spanje?’

‘Ja, de streek tussen Figueras en Girona, Cadaquès aan de kust, waar Dali gewoond heeft en…’

‘En River dan..,’ zegt Barbara.

‘Ik heb nog niks beloofd, en trouwens, ik moet toch alleen maar bereikbaar zijn? Ik mag toch wel op vakantie gaan?’

‘Ga je dan ook naar Toulouse?’ vraagt Barbara.

‘Waarschijnlijk wel,’ zeg ik, terwijl ik haar en Ferre een zoen geef.

Op de tram naar Antwerpen, bedenk ik dat ik nog concrete afspraken met Louise moet maken en dat ik Nicolas best ook op de hoogte zou brengen van onze plannen. Het is een mooie nazomeravond en alles lijkt me opeens veel minder ingewikkeld dan een tijdje geleden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 gedachten over “2.26. Cool”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s