2.23. In de war

Waar was ik gebleven?

O ja, het telefoontje van Louise. Op zich had ze niet veel nieuws te vertellen. Ze was in haar eentje op het strand en ze dacht aan mij, zei ze.

‘Ik heb nog wat vakantiedagen over,’ zei ze, ‘Heb je geen zin om samen een paar dagen in Noord-Spanje rond te reizen?’

‘Wanneer dan?’ vroeg ik.

‘Eind deze maand of begin oktober?’

‘Daar moet ik even over nadenken,’ zei ik.

‘Je klinkt wat raar,’ zei ze, ‘is alles oké?’

‘Ja hoor,’ zei ik, ‘alleen heb ik bezoek… Nicolas is hier.’

Toen Nicolas zijn naam hoorde vallen, stond hij op en wees hij naar de gang, in de richting van de badkamer. Ik knikte.

‘Zo,’ zei Louise, ‘zo onverwacht? Jullie lijken goed met elkaar op te schieten.’

‘Ja,’ zei ik ‘dat is zo. Wij zijn eigenlijk… copains de lit.’ Ik keek naar de deur van de badkamer. Die had hij gesloten en daarachter was het stil. Louise lachte.

‘Had ik wel gedacht,’ zei ze, ‘dat is toch fijn?’

Ik dacht dat ze wat geforceerd klonk, maar misschien hoopte ik dat alleen maar.

‘Hoe is het met Martin?’ vroeg ik zo luchtig mogelijk.

‘Goed,’ zei ze, ‘hij werkt tegenwoordig op een werf in de buurt van Bordeaux. Waarschijnlijk nog tot half oktober.’

‘En dus dacht je aan mij voor een reisje?’

‘Ik dacht dat jij de Emporda nog niet kende. Ik kan je een paar leuke plekken laten zien.’

‘Dat klinkt verleidelijk,’ gaf ik toe, ‘ik denk erover na en ik bel je over een paar dagen.’

‘Hoelang blijft Nicolas?’ vroeg ze nog.

‘Donderdag gaat hij naar huis,’ zei ik.

Nadat we afscheid hadden genomen, zat ik nog wat voor me uit te staren. In de badkamer was het nog steeds stil. Opeens ging de deur open. Nicolas bleef een ogenblik in de deuropening staan.

‘Maar… maar wat heb je gedaan?’ riep ik uit.

Hij glimlachte verlegen.

‘Ik dacht dat je die snor nogal lastig vond,’ zei hij.

‘O Nic, dat had je niet moeten doen!’

‘Nee? Vind je het niet goed?’

‘Het is zo anders!’

Hij keerde terug naar de badkamer en ging voor de spiegel staan. Hij voelde met zijn vingertoppen tussen neus en lippen. Ik ging naast hem staan en keek mee in de spiegel. Hij keerde zich naar mij en gaf me een voorzichtige kus.

‘Is dat niet beter voor jou? Auw, het is nog wat gevoelig,’ zei hij.

‘Heb je dat voor mij gedaan? O.. O… Nic!’ Ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht, ik voelde de tranen komen.

‘Hé,’ zei Nic, ‘Ik dacht dat je het leuk zou vinden. Ik stond hier in de badkamer te wachten tot jij klaar was met bellen en het was een inval…’

‘Maar dat je dit voor mij doet! Terwijl ik… ik met Louise aan het praten was!’

Tot mijn schaamte begon ik te huilen. Ik liep naar de woonkamer en ging op de sofa zitten, en na een paar tellen weerstand te hebben geboden, liet ik me gaan.

Nicolas kwam naast me zitten.

‘Als ik had geweten dat ik je daarmee overstuur zou maken, had ik het niet gedaan,’ zei hij, ‘Het spijt me.’

‘Nee, nee, het spijt mij,’ zei ik.

We stamelden nog wat verontschuldigingen heen en weer, en na een tijdje kalmeerde ik. Ik probeerde uit te leggen dat de hele situatie mij behoorlijk in de war bracht.

‘Luister,’ zei Nicolas, ‘het is voor mij ook nieuw en raar. Anderzijds ook niet zo heel nieuw. Ik heb de flowerpower-tijd meegemaakt, weet je. Mijn eerste vrouw en ik studeerden in 68 in Parijs. Alles was toen mogelijk. Maar om een of andere reden werkte het niet. Misschien omdat we een gezin wilden. Vrije liefde en het idee van een gezin, kinderen grootbrengen, een huis kopen, het ging niet samen. Denk ik. Maar nu is het anders. Jij bent eenenzestig en ik ga richting zeventig. We willen geen gezin meer. We willen niet meer samenwonen. Ik toch niet. Maar we vinden elkaar leuk, we schieten goed op met elkaar. Kunnen we daar niet gewoon van genieten?’

‘Vind jij het dan niet vervelend dat ik… met Louise omga?’

‘Heel eerlijk? Ik ben een beetje jaloers. Jawel. Maar ik heb toch geen rechten over jou? En ik weet nog hoe het was om verliefd te zijn. Ik ben een paar keer verliefd geweest in mijn leven. En eigenlijk was dat niet eens fijn. Die stress! Die onzekerheid! De angst dat je de andere teleurstelt, dat zij zich van je afkeert, dat ze op iemand anders verliefd zou kunnen worden… Eigenlijk heb ik een beetje medelijden met jou.’

‘Maar ben jij dan niet verliefd op mij?’

‘Misschien wel, maar evengoed lijk ik alles meteen te kunnen relativeren. Ik ben gewoon graag bij jou en als dat kan, is het fijn. Als het niet kan, dan is het ook zo. Ik hoop gewoon dat we vrienden blijven en dat we af en toe samen kunnen zijn. Ik denk ook dat ik op een andere manier naar jou en mij kijk omdat ik twee jaar geleden op de rand heb gestaan. Sinds ik weer gezond ben, ben ik dankbaar voor elke dag dat ik normaal functioneer en wat erbij komt aan mooie en prettige momenten, dat zijn allemaal cadeaus.’

‘Je hebt gelijk,’ zei ik ‘verliefd zijn is niet eens leuk. Maar waarom word ik nog verliefd? Op mijn leeftijd nog wel, zou Barbara zeggen.’

‘Ik herinner me dat ik verliefd werd op mensen die ik bewonderde en dat ik eigenlijk zoals die persoon wilde zijn. Ik werd verliefd op intelligente, ondernemende vrouwen. Maar meestal hadden die een heleboel andere dingen aan hun hoofd dan een man die hen bewonderde en zichzelf de mindere vond.’

Dat gaf me te denken. Ik vroeg me af wat ik bij Louise bewonderde. Haar vrolijkheid, haar vinnigheid, haar ondernemingszin, had ik tegen Barbara gezegd. Waren dat geen kwaliteiten die ik zelf ook had, maar misschien minder uitgesproken? Ik vind haar ook erg mooi, had ik tegen Barbara gezegd. Wat vind ik mooi aan haar? vroeg ik me af. Haar donkere haar en lichtbruine huid, die grote bruine ogen, haar rechte houding. Ze is jonger dan ik. En misschien is het dat wel. Bij haar voel ik me jonger.

Als ik naast Nicolas voor de spiegel sta, in de badkamer of beneden in de hal van het appartementsblok zie ik een koppel op leeftijd. Als ik bij Louise ben, voel ik me alsof ik van haar generatie ben. Alsof. Want het is niet zo. Het lijkt of mijn binnenkant niet strookt met mijn buitenkant. Ik ben een jonge vrouw in een lichaam van zestig. Verliefd zijn is niet fijn.

De rest van de dag lieten we het onderwerp rusten. We wandelden rond in de oude stad. We liepen door straten die ik anders vermijd omdat er rond deze tijd erg veel toeristen rondhangen, maar Nicolas vond alles interessant. Ik voelde me onnozel en ondankbaar. Want ook zonder snor is hij charmant. En aangenaam gezelschap. Maar toch keek ik er naar uit om weer in mijn eentje te zijn.

 

 

Een gedachte over “2.23. In de war”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s