2.20. Nic

‘Je overvalt me,’ zeg ik tegen Nicolas.

‘Dat heb ik van jou geleerd,’ antwoordt hij, ‘alleen geef ik jou wat meer bedenktijd, want ik ben nog niet onderweg.’ Ik hoor hem glimlachen en ik moet zelf ook lachen om zijn gevatheid.

‘Ik zou het echt fijn vinden als je een keertje naar Antwerpen komt,’ zeg ik, ‘maar misschien is het nog wat vroeg.’

‘Vroeg?’

‘Ik voel me nog steeds niet zo goed, ik heb geen eetlust en daardoor niet veel zin om te koken.’

‘Dan wacht ik nog een paar dagen,’ zegt hij, ‘Zondag rijdt er een directe trein naar Brussel.’

‘Zondag? …’ zeg ik, ‘Maar… ik zou eigenlijk nog met Kiki moeten praten.’

‘Het is nog maar dinsdag.’

‘Ja,’ zeg ik, ‘ze is net de deur uit. Ze zit met iets.’

Ik breng maar geen verslag uit van ons gesprek.

‘Dus, je wilt liever niet dat ik kom, begrijp ik.’

‘Nee, nee, begrijp me niet verkeerd.’

‘Je twijfelt anders wel heel erg. Gaat het om Louise?’

‘Nee,’ zeg ik ‘om Barbara. Ik wil niet dat ze denkt dat jij en ik iets met elkaar hebben.’

Het blijft even stil. Ik voel me zo’n kluns.

‘Oké, dan niet.’

‘Nee, nee, wacht!’

‘Tot later, Chris,’ zegt Nicolas en hij legt in.

 

Ooh… fff… flut!

Ik bel hem terug.

 

‘Ben je boos, Nicolas?’

‘Nee, waarom zou ik? We hebben toch niets aan elkaar beloofd?’

‘Ik was elke keer welkom bij jou,’ zeg ik.

‘Dat is zo, en je bent nog steeds welkom.’

‘Echt waar?’

‘Echt waar.’

‘Wat zijn wij dan?’ vraag ik.

‘Vrienden,’ zegt hij.

‘Copains de lit?’

‘Misschien wel iets meer dan dat.’

‘Maar je weet toch dat ik verliefd ben…’

‘Op Louise… Nog steeds?’ vraagt hij.

‘Ik denk het wel.’

‘Tja, daar kan ik niet tegenop. Wat ben ik dan voor jou?’

‘Een lieve vriend. Een heel lieve, aantrekkelijke man.’

‘Als Louise er niet was geweest, zouden we dan geliefden zijn?’

‘Ik denk het wel… O Nicolas, ik weet het niet meer…’

‘Ik ook niet,’ zegt hij, ‘misschien moeten we maar niet proberen om het te weten. Zouden we dat kunnen?’

‘We kunnen het proberen,’ zeg ik.

‘Mag ik dan een paar dagen naar Antwerpen komen?’

Ik moet toegeven dat zijn aandringen mij charmeert.

‘Vanaf zondag dan? Oké…’ zeg ik.

‘We bellen nog voor die tijd. Bonne soirée, Chris.’

‘Bonne soirée, Nic.’

Dat was eergisteren. Ik bleef een tijdje met de telefoon op schoot zitten. Daarna viste ik een gebruikte envelop uit de papiermand en stelde een to-do-lijstje op. Naar de kapper gaan, mijn appartement opruimen en poetsen, boodschappen doen, bedenken wat ik aan Barbara ga zeggen, Kiki nog eens te pakken proberen te krijgen…, Louise?… Ik had al een paar dagen geen berichtjes meer van haar gekregen, maar ze was alomtegenwoordig, ik kreeg haar niet van me afgeschud. Werd het niet stilaan tijd dat ik haar over Nicolas vertelde?

Vandaag is het donderdag en ik heb nog alleen nog maar de kapper en de boodschappen geschrapt. Ik heb tenminste al een paar flessen goede wijn in huis.

Misschien moet ik Hanne bellen. Ik heb dringend nood aan een luisterend oor.

 

 

 

2 gedachten over “2.20. Nic”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s