2.18. Ziek

Dit is me nog niet dikwijls overkomen: ik ben zo ziek geweest dat het lijkt alsof er een hele week uit mijn bestaan is weggeknipt. Het begon toen ik thuis aankwam. Alsof mijn lichaam zo verstandig was om te wachten tot ik in een veilige omgeving was, in mijn eigen vertrouwde badkamer, om te beginnen aan de evacuatie van iets dat ik onderweg gegeten had. Was het de driehoekige, in plastic verpakte tonijnsandwich die ik in het station van Toulouse had gekocht? Of was het dat schaaltje taboulé dat ik in de bar op de trein at? Heb ik nog iets gegeten? Dat speculaasje bij de koffie? Ik probeer me de hele reis weer voor de geest te halen, maar het enige wat ik nog heel goed weet is dat ik het laatste half uur tegenover Héloïse zat.

Barbara gelooft me natuurlijk niet, maar Kiki wel. Het maakt me verdrietig dat Barbara mijn verhalen niet gelooft. Ze behandelt me soms echt als een kind. Als ik iets vertel dat haar ongeloofwaardig lijkt, knikt ze wat en begint ze vervolgens over de mopshond van Ferre’s moeder of de herfstcollectie van Scapa. Op den duur ga ik zelf twijfelen. Ik ben toch niet dement aan het worden?

Gelukkig kan Kiki mijn verhaal min of meer bevestigen. Toen ik uit de trein stapte stond ze op de uitkijk. Naast haar stond een jongen, dacht ik. Kiki en ik zagen elkaar ongeveer op hetzelfde moment en we liepen in elkaars richting. Ik zwaaide met het boek dat Héloïse achtergelaten had.

‘Heb jij Christine And The Queens gezien?’ vroeg ik, terwijl we elkaar omhelsden.

Ze hield me een ogenblik van zich af en keek me verbluft aan.

‘Nee,’ zei ze, ‘maar nu je het zegt, ik heb wel haar dansers gezien. Dat meisje met dat dikke witte haar en die grote zwarte man en ja, die vrouw met dat lange zwarte haar ook.’

‘Ze heeft haar boek vergeten,’ zei ik. Ik hield het omhoog, je wist maar nooit dat ze ernaar op zoek was. Ik keek om me heen. Kiki en haar vriendje keken ook rond, maar er was niemand van het gezelschap meer te zien.

‘Ze treedt morgenavond op in Brussel,’ zei het vriendje, ‘op het Brussels Summer festival. Ik ga erheen.’

‘Dit is River,’ zei Kiki.

‘Ik dacht dat River… nog op reis was,’ zei ik. Dat ze een meisje was, had ik willen zeggen, maar ik slikte op tijd mijn woorden in.

‘Ik ben teruggekomen voor Christine And The Queens,’ zei River, ‘ze geeft maar een paar concerten, dit seizoen.’

‘En ga jij mee?’ vroeg ik aan Kiki. Ze schudde haar hoofd. Ik begreep niet goed waarom ze daar samen stonden, maar ik merkte dat het niet de moment was om vragen te stellen.

We liepen naar de grote hal van Brussel Zuid. Daar namen River en Kiki afscheid. Ze zoenden elkaar op de mond. River liep naar de uitgang aan de Fonsnylaan, Kiki en ik keken haar na. Ik wist nog steeds niet of River een meisje of een jongen was.

En ik weet het nog altijd niet. Op de trein naar Antwerpen begon ik misselijk te worden, zodat al mijn aandacht naar het beheersen van mijn spijsverteringsstelsel ging. Kiki stapte uit in Mortsel nadat ik haar verzekerd had dat ik wel thuis zou geraken. Ze vond dat ik er groenig uitzag.

Thuisgekomen nam mijn lichaam het opeens van me over. Het sleepte zich nog net naar de badkamer en ontdeed zich de rest van de avond en de helft van de nacht van alles wat zich in mijn ingewanden bevond.

De volgende dag was Barbara hier. Ze zette het raam van de slaapkamer open, propte alle textiel die in de badkamer op de grond lag in de wasmachine en probeerde me te overtuigen om uit bed te komen, te douchen en met haar naar de spoed te gaan, maar ik was niet in staat om op te staan.

Tegen de avond kwam ze terug met een dokter. Die zei dat ik een voedselvergiftiging had en probeerde van mij te weten te komen wat ik de afgelopen vierentwintig uur gegeten had. Ik pijnigde mijn hersenen, maar kwam niet verder dan de taboulé en de tonijnsandwich. Verder kon hij niets doen. Veel water drinken en heel voorzichtig weer proberen te eten, zei hij. Het gebeurde volgens hem wel vaker met voorverpakt voedsel.

De afgelopen dagen heb ik vooral veel geslapen en tussendoor een paar machines was gedraaid. Er kwamen een paar berichtjes van Louise en van Nicolas, maar ik heb ze allebei laten weten dat ik ziek ben en dat ze een paar dagen geduld moeten hebben. Kiki is nog langs geweest maar ik was te slaperig om veel te praten. Morgen komt ze terug. Ik wil nu wel eens weten hoe het met River zit.

 

 

 

Een gedachte over “2.18. Ziek”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s