2.12. Léa

Als ik aankom in Trescases is Marie-Claire nog met emmer en Franse zwabber aan de gang in het vakantiehuis. Ze vraagt of alles in orde is, want ze vindt me erg bleek. Ik voel me inderdaad niet zo goed, onderweg ben ik twee keer moeten stoppen om mijn maag tot rust te laten komen.

‘Heb je iets verkeerd gegeten?’, vraagt ze. ‘Je bent toch niet bij de Chinees gaan eten? Ik ben daar ook een keer geweest en dat bekwam me slecht…’

‘Nee, hoor, ik heb gewoon in het hotel gegeten.’

‘Vreemd,’ zegt ze, ‘Alice kookt nochtans goed…’

Ik hoop maar dat ze niet naar Alice belt om te vragen wat ze had klaargemaakt, want Alice zal haar snel duidelijk maken dat het niet aan haar eten zal gelegen hebben.

Het kwam door Léa.

De tweede avond in Paillac verveelde ik me een beetje. Ik overwoog om naar cinéma Le Lido te gaan, maar ze speelden alleen Le Roi Lion en ik had geen zin in Franssprekende wilde dieren. Dus ging ik maar weer in het café zitten, mijn kleren stonken toch al naar sigarettenrook.

Ik belde eerst naar Barbara. Ze klonk al een pak opgewekter. Zij en Kiki waren alweer on speaking terms en ze keek uit naar een weekje vakantie met Ferre. Toen ik haar beschreef waar ik was, vond ze het niet grappig en toen ik zei dat ik een weekje naar Trescases ging, was ze ook al niet erg enthousiast.

‘Waarom ben je niet bij Nicolas gebleven?’ vroeg ze.

‘Omdat hij nog maar pas zijn huis weer voor zich alleen heeft en ik niet te lang in de weg wou lopen.’

‘Maar jullie schieten toch goed op met elkaar?’

‘Dat is zo, maar daarom moeten we toch niet meteen gaan samenwonen?’

‘Ach, mama, je weet wel wat ik bedoel…’

Dat van die kus vertel ik haar niet, want anders gaat ze zich van alles inbeelden en ik wil haar geen valse hoop geven. Het is duidelijk dat ze Nicolas als mijn vriend wel zou zien zitten.

Ik wilde ook Kiki bellen, maar ze nam niet op.

Ik nipte dan maar van mijn glaasje Muscat De Rivesaltes en gaf mijn ogen de kost. Net als de vorige avond waren er een zevental mensen in het café en hing de vrouw met het zwarte haar en de blauwe lok aan de toog.

Mijn blik bleef hangen bij de tv. Er speelde een clip, een filmpje in zwart-wit, waarvan een van de actrices mij bekend voorkwam. De muziek begon wat harder te spelen en ik hoorde Nuit 17 à 52 van Christine And The Queens. Ik herkende Héloïse Létissier als de vrouw die in een hotelkamer een koppel lijkt te betrappen, daarna zag ik dat de tweede vrouw ook door haar gespeeld werd. Uiteindelijk ontstond er een vertraagd gevecht met de minnaar, en er stond ook nog een piccolo in de kamer beduusd toe te kijken.

 

Terwijl ik gefascineerd naar de clip zat te kijken, kwam de vrouw met de blauwe lok naar mij toe. Ze droeg hetzelfde blauw-zwart geblokte hemd als de avond ervoor, maar nu hing het open en daaronder droeg ze een wit marcelleke dat rond haar grote borsten spande.

‘Mooi, hé,’ zei ze wijzend naar de tv, ‘Elle est géniale !’

‘En heb je dat gemerkt? Christine And The Queens speelt alle vier de rollen zelf!’

‘De mannenrollen ook?’ vroeg ik en ik focuste op het beeld, maar het filmpje liep af.

‘Ja,’ zei ze, ‘jammer dat we het niet opnieuw kunnen bekijken … wacht, toch wel!’

Ze haalde haar telefoon uit haar achterzak, begon driftig te tikken en toonde mij het scherm.  Het filmpje begon opnieuw te spelen.

Ik schudde mijn hoofd.

‘Sorry, ik kan het niet goed zien zonder bril.’

Ze liet het filmpje uitspelen, sloot af en stak de telefoon terug in haar achterzak.

‘Je m’appelle Léa,’ zei ze, ‘comme Léa Seydoux.’

Die naam zei me niets.

‘Léa Seydoux,’ zei ze weer en ze wees naar haar blauwe lok.

Ik schudde mijn hoofd.

‘La vie d’Adèle,’ zei ze toen, en ze maakte aanstalten om haar telefoon weer uit haar broekzak te halen.

‘Oh, die! Ha ja, die met het blauwe haar!’

Léa stak haar hand uit.

‘Enchantée,’ zei ze.

Ik kon niet anders dan haar hand schudden en ook enchantée zeggen en dat ik Chris heette.

Léa keerde zich om naar de bar en riep:

‘Alice! Nog een muscat voor mevrouw en voor mij een biertje!’

‘Ik drink geen muscat,’ zei ze tegen mij, ‘Dat is voor toeristen. Veel te gevaarlijk.’

En daar ben ik ook achter gekomen. Ik herinner mij vaag dat we het over Christine And The Queens bleven hebben, dat ik vertelde dat ik naar haar optreden in Carcassonne was geweest en dat Léa steeds dichter bij mij kwam zitten en maar glaasjes muscat bleef bestellen. Tijdens het praten legde ze af en toe haar mollige hand op de mijne en ze raakte zelfs even mijn knie aan.

Na een tijdje begon ik me duizelig te voelen en was ik nog net genoeg bij de zaak om te beseffen dat ik maar beter naar mijn kamer kon gaan. Ik stond op en probeerde in rechte lijn naar de deur van de traphal te gaan.

Léa stond ook op en zei dat ze me naar mijn kamer zou brengen. Maar net voor we het café langs de hotelingang zouden verlaten hoorde ik Alice roepen.

‘Léa! Ici!’

Léa keerde terug in het café en begon in rad Frans tegen Alice te praten.

Ik hees mezelf aan de trapleuning naar de eerste étage, vond mijn kamer, kreeg het slot open en was nog slim genoeg om de deur weer op slot te draaien. Even later werd er geklopt, maar ik lag al op bed. De bloemen op het behang zwaaiden heen en weer en het plafond leek te hellen en ik dacht er niet aan om op te staan en open te doen.

 

Vanmorgen heb ik wat mondvoorraad ingeslagen voor de komende dagen, maar ik heb maar geen wijn gekocht. Een paar sobere dagen zullen me goed doen.

Marie-Claire geeft me een set lakens en handdoeken en vraagt of ik nog iets nodig heb.

‘Is er waspoeder?’ vraag ik, want mijn kleren stinken naar het café, ik wil eerst en vooral een wasje doen.

Er staat gelukkig nog een half pak bij de wasmachine.

‘Hoe is het toch mogelijk dat er in dat café gerookt mag worden?’ vraag ik aan Marie-Claire, ‘Dat mag toch nergens meer? Niet in België en niet in Frankrijk? Zelfs in Spanje niet?’

‘Alice heeft connecties,’ zegt Marie-Claire schouderophalend. Het lijkt haar niet te deren.

Als ze weg is ga ik op bed liggen. Ik denk niet dat ik vandaag nog tot grootse dingen in staat ben. Morgenvroeg zal ik een lange wandeling doen, beloof ik mezelf, zodat ik er tegen halftien, als Louise de post komt brengen, fris uitzie.

Léa spookt nog door mijn hoofd. Wat bezielde haar? Wat was ze van plan? Heb ik op een of andere manier aanleiding gegeven? Wat is mijn aandeel daarin? Mijn aandeel was… het maar al te graag aanvaarden van de glaasjes muscat. Hoe dom toch. Maar het is voorbij. Vandaag is een nieuwe dag.

Ik probeer Léa uit mijn gedachten te bannen door aan het licht in mijn hart te denken. Ik zie een heleboel lichtjes, mijn hart lijkt wel een kerstboom. Ik zie een licht voor Kiki, een voor Barbara, een kleintje voor mijn ex-man Jan, een warm geel lichtje voor mijn vriendin Hanne, een even warm licht voor Nicolas en een oranje flikkerlicht voor Louise…

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s