2.10. Heart

Nicolas zou me Toulouse tonen maar het was gisteren nog te warm om de stad in te gaan. We bespraken dat we dat eventueel vandaag zouden doen of anders een andere keer. ‘Want,’ zei Nicolas: ‘Op de terugweg passeer je hier toch ook?’

De terugweg was nog niet in mijn gedachten, nu ik toch in Zuid-Frankrijk was en er niets of niemand op mij wachtte in Antwerpen, kon ik net zo goed nog wat rondreizen hier. Ik had de smaak van het treinreizen intussen te pakken. Ik bedacht wel dat ik niet te lang bij Nicolas kon blijven want die had nog maar net zijn huis weer voor zich alleen en hij had misschien wel behoefte om een tijdje weer in zijn eentje te zijn. Ik kon me dat maar al te goed voorstellen.

Tijdens het ontbijt zei hij dat hij gewoonlijk op vrijdagochtend ging mediteren met een paar andere mensen samen.

‘Als je wilt, kun je meekomen,’ zei hij, ‘het is een open groep.’

‘Oh Nicolas,’ zei ik, ‘mediteren dat is echt niets voor mij. Ik kan niet stilzitten. Zeker niet in kleermakerszit.’

Hij lachte.

‘Je mag ook op een stoel zitten, of op de grond gaan liggen.’

‘Als ik ga liggen, val ik meestal in slaap,’ zei ik.

Hij drong niet aan, maar ik kreeg een beetje spijt dat ik zijn uitnodiging zo snel afgeslagen had. Ik was eigenlijk toch wel nieuwsgierig naar die meditatiegroep. Maar dat kon ik dan die volgende keer, op mijn terugweg meepikken. Terwijl Nicolas weg was, kon ik beter even rustig met Barbara of Kiki bellen.

Barbara nam op maar ze klonk al meteen gejaagd.

‘Mama, ik ben op het werk!’

‘Oh, sorry, helemaal niet aan gedacht dat het vandaag vrijdag is. Zal ik vanavond of morgen terugbellen?’

‘Vanavond liever niet, maar ik zal nu even koffiepauze nemen. Blijf aan de lijn.’

Ik hoorde haar door een gang stappen en een deur openen.

‘Ben je er nog?’

‘Ja,’ zei ik, lichtjes verontrust, want het was ongewoon dat ze haar werk onderbrak voor mij.

‘Het is Kiki,’ zei ze, ‘We hebben ruzie.’

‘Dat is ook niet de eerste keer …’ begon ik.

‘Mama, zwijg nu even! Heb jij dan niet met haar gepraat?’

‘Natuurlijk hebben we gepraat!’

‘Maar blijkbaar niet dààrover, want toen ik haar met die boeken confronteerde, viel ze uit de lucht. Toen werd ze opeens heel boos en zei ze dat ik spoken zag. Ze zegt dat ze helemaal geen plannen heeft in die richting en als dat wel zou zijn dat het mijn zaken niet zijn en dat ik me maar niet moet bemoeien.
Ik zei dat ze mijn kind was en dat ik als moeder het recht had om te weten wat ze met haar lichaam deed en toen toonde ze mij haar tattoo en zei ze dat haar lichaam van haar was.
Ik schrok wel, hoewel ik het niet eens zo’n lelijke tattoo vind, er zijn er veel lelijker … Als ze nu maar niet nog meer tattoos laat zetten, want dat schijnt een verslaving te kunnen worden…’

Ik hoorde haar een slok van iets nemen. Daarna ging ze verder:

‘Toen ik vroeg of ze nog meer tattoos wilde laten zetten, werd ze helemaal boos en riep ze: Zie je wel! Bemoei je er niet mee! En ze is weggegaan en sloeg de deur achter zich toe.’

‘Wanneer was dat?’ vroeg ik.

‘Eergisteren, meteen nadat ik haar afgehaald had van de trein.’ Barbara zuchtte.

‘Sindsdien is ze bijna nooit thuis als ik thuis ben, en aan tafel zegt ze geen woord.’

‘Wil jij haar bellen?’ vroeg ze.

‘Nee’, zei ik, ‘dat heeft geen zin. Ik heb het afgeleerd om go-between te spelen. Jullie moeten het samen uitpraten.’

Ik vond dat zelf heel verstandig klinken, maar tegelijk popelde ik om Kiki te bellen.

‘Ik moet terug naar mijn bureau,’ zei Barbara.

‘Het komt wel goed,’ suste ik.

‘Dat zeg jij altijd,’ zei ze.

‘Het is toch zo?’

‘Tot later, mama,’ en ze legde in.

Een halve minuut later belde ze terug.

‘Waar ben jij?’

‘In Toulouse.’

‘Bij Nicolas?’

‘Ja,’

‘Sinds wanneer?’

‘Sinds gisteren.’

‘En slaap je weer op de sofa?’

‘Neenee … zei ik, om haar even in spanning te houden, ‘… in de logeerkamer.’

‘Zo …,’ zei ze.

‘Ja, zo …,’ zei ik. ‘Tot later, liefje. Trek je het maar allemaal niet aan. Het komt echt wel goed.’

‘Kus, mama.’

Toen Nicolas thuiskwam zag hij er heel ontspannen uit. Ik vertelde hem over het gesprek met Barbara, tenminste over dat deel dat over Kiki ging en hij zei ook dat ik er goed aan doe om er tussenuit te blijven. Ik vroeg hoe de meditatie ging.

‘Wat doen jullie eigenlijk?’ vroeg ik.

‘Niets,’ zei hij, ‘we sluiten onze ogen en we stellen ons voor dat er licht is in ons hart. Dat heet aad-fulness.

‘Mindfulness?’ vroeg ik, want daar had ik over gelezen.

‘Nee, aad-fulness …’

‘Awfulness?’

‘Nee … aad…’ en hij vormde een hart met zijn handen.

‘Oh, heart-fulness!’

We lachten allebei. Ik probeerde Nicolas nog de uitspraak van een ‘h’ en een Engelse ‘r’ aan te leren, maar het hielp niet.

Gisteravond, in het grote logeerbed, probeerde ik me een licht voor te stellen in mijn hart en dat was niet eens moeilijk want het was een fijne dag geweest met Nicolas. Maar nu zit ik op de trein naar Spanje. Nicolas raadde mij Figueras aan.

‘Gezellig stadje en zeker naar het Dali-museum gaan!’ drukte hij mij op het hart. En mijn hart sloeg over toen hij mij bij het afscheid een lichte kus gaf op mijn mond.

4 gedachten over “2.10. Heart”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s