40. Dynamiet

‘Wat is er aan de hand?’ vraagt Barbara, ‘Kiki klinkt zo down?’

‘Ach, wat discussie met Sophie, geloof ik.’

‘Komt ze wel aan studeren toe?’

‘Ja, hoor. Vooral Frans en Engels. Ik wist trouwens niet dat ze zo mooi Frans praat. Ik heb haar horen spreken met de buren en met de factrice.’

‘En economie?’

‘Een beetje, denk ik.’

 

‘Wat is er met Sophie?’

‘Ze heeft het uitgemaakt.’

‘Had ik het niet gedacht…’

‘Het komt misschien wel weer goed, als Kiki terug in België is.’

‘Van studeren zal dan wel niet veel in huis komen…’

‘Het is vakantie, geef haar nog wat tijd. Ik zal haar vandaag meenemen naar de kust, dat zal haar goed doen.’

 

In de auto checkt Kiki voortdurend haar telefoon.

‘Zet hem nu uit,’ zeg ik, ‘en kijk naar het landschap. Overmorgen ben je weer in de stad.’

Ze steekt haar telefoon in haar rugzakje.

‘Waar gaan we naartoe?’ vraagt ze.

 

‘Naar L’Anse De Paulilles. Dat is een natuurgebied op een terrein waar in de negentiende eeuw een dynamietfabriek van Alfred Nobel was.’

‘Dat moet dan wel vervuild zijn. Wat gaan we daar doen?’

‘Ik veronderstel dat ze de site grondig gereinigd hebben. Het is nu in iedere geval een mooi wandelgebied en er zijn een paar gezellige strandjes. We kunnen er picknicken. Ik heb een slaatje gemaakt en we kunnen onderweg nog brood en kaas kopen.’

‘Hoe heb je dat ontdekt?’

‘Door Louise. Nadat we Laura afgeleverd hadden stelde ze voor om nog even aan de kust te blijven. Ze wilde me een mooi strand tonen. Het is inderdaad een bijzondere plek, een groot park met een tentoonstellingsruimte en verschillende kunstwerken in de natuur die verwijzen naar de geschiedenis. Het was begin juli en het was er al druk, vond ik toen. Maar Louise zei dat het in augustus nog erger is. Vandaag zal het er wel kalm zijn.’

 

De parking staat halfvol.

‘Je kunt zien dat het hier ook schoolvakantie is,’ zegt Kiki.

‘De drukte zal wel meevallen, het terrein is erg groot.’

 

We lopen door het park, richting strand. De zee roept.

Op het middelste strand zitten de mensen al dicht op elkaar.

 

‘We gaan wat verder,’ zeg ik, ‘ginds is een kleine baai.’

We vinden een plek uit de wind, tegen een muur die het strand van het park scheidt. Kiki begint het brood en de kaas uit te pakken en maakt voor ons elk een sandwich. Ze neemt grote happen uit haar broodje. Ik heb opeens geen honger meer.

 

‘Wat is er?’ vraagt ze, ‘Vind je die schapenkaas niet lekker?

Ik schud mijn hoofd.

‘Ik moet nog aan die dag denken,’ zeg ik.

Ik krijg het warm, het zweet breekt me uit. Kiki legt haar hand op mijn arm.

‘Wat is er? Voel je je niet goed?’

‘Een opvlieger,’ zeg ik.

‘Daar had ik toen ook last van. Ik had het zo warm dat ik mijn T-shirt uittrok. Ik droeg een zwarte beha die voor een bikini kon doorgaan. Louise deed haar T-shirt èn haar beha uit. We lagen hier tegen het muurtje, ik met gesloten ogen.

En… en opeens voelde ik Louise’s lippen op de mijne. Ik schrok en duwde haar weg. Ze zei niets, ze beet op haar lip en ging terug tegen het muurtje liggen. Ik keek naar haar, en toen, in een impuls, heb ik haar gekust.’

 

Een gedachte over “40. Dynamiet”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s