28. Robin

‘Vanmorgen heb ik Robin Hood ontmoet,’ vertel ik aan Barbara.

Ze blijft stil, ik heb haar aandacht.

‘Hij liep in het bos, met een Robin-hoedje op, en een boog en een zak met pijlen op zijn rug.’

‘Een jager?’ vraagt Barbara.

‘Nee, hij beweerde dat hij alleen zou jagen als hij honger zou hebben. Het is een soort intuïtieve sport. Hij was op zoek naar takken om pijlen van te maken. Wat later kwam ik hem opnieuw tegen, bij zijn auto op de parking van Trescases. Hij toonde mij een platte bal die hij opwerpt om ernaar te schieten.’

‘Vreemde figuren, daar in Trescases,’ zegt Barbara, ‘Heb je nog iets van die Nicolas gehoord?’

‘Nee, waarom?’

‘Ik dacht dat jullie vorige keer wel goed opschoten.’

‘Ik heb niets meer van hem gehoord.’

‘Misschien moet je hem nog eens een e-mailtje sturen? Het zou toch kunnen dat er een goede reden was waarom hij toen niet kwam opdagen?’

‘Misschien was die reden dat hij geen zin had om contact te houden. Waarom begin je altijd opnieuw over Nicolas?’

‘Ik zou het fijn vinden als je nog iemand zou ontmoeten.’

‘Ik ontmoet alle dagen mensen,’ zeg ik, kribbiger dan ik wil.

‘Je weet wel wat ik bedoel.’

‘Ik ben eenenzestig,’ zeg ik.

‘En dan? Liefde is toch van alle leeftijden?’

‘Ik denk niet dat het er voor mij nog in zit. Trouwens, ik vraag me af of ik dan opeens veel gelukkiger zou zijn, ik heb het goed in mijn eentje.’

‘Met twee is fijner.’ Blijkbaar gaat het goed tussen Barbara en Ferre.

‘Ander onderwerp, graag,’ zeg ik, ‘Hoe is het met Kiki?’

‘Ik weet het niet goed. Ze zit veel op haar kamer, ze is minder vaak bij Sophie. Ze zegt dat ze veel leerstof heeft in te halen en dat Sophie het ook druk heeft.’

‘Gaat ze nog betogen?’

‘Tot nu toe wel. Ik weet niet of ze komende donderdag nog meegaat.’

‘Ik heb gelezen dat er nu ook grootouders mee betogen. Als ik in België zou zijn, zou ik meegaan.’

‘Maar je bent niet in België. Wanneer kom je terug?’

‘Nadat Kiki hier geweest is. Half maart, denk ik.’

‘Dat is nog een maand. Wat doe je daar eigenlijk?’

‘Nadenken.’

‘En dat kookboek? Hoe zit het daarmee?’

‘Ik heb geen inspiratie.’

‘Kun je dan niet beter naar huis komen? In Antwerpen kun je toch ook nadenken?’

‘Sorry, Barbara, ik heb nog wat tijd nodig.’

Ik hoor haar zuchten.

‘Maakt het voor jou dan wat uit? We wonen toch niet samen? En zo vaak zien we elkaar toch ook niet in België?’

‘Oké, mama, neem je tijd.’

Barbara heeft het soms moeilijk met mij, en ik met haar. Ze zou willen dat ik wat meer gewoon doe. En ik zou willen dat ze wat vaker ongewone dingen zou doen. Maar we hebben wel al geleerd om niet meer bij elkaar aan te dringen, en op een of andere manier houden we elkaar in evenwicht.

Het is lief van haar dat ze mij een partner toewenst, maar ik weet niet of ik daar nu de hele tijd naar verlang.

En Nicolas… Ik voelde me wel een beetje tot hem aangetrokken. Ik zou het al fijn vinden als we vrienden konden zijn. Ik heb hem maar kort gekend, maar lang genoeg om me voor te stellen dat het niets voor hem is om zonder reden weg te blijven en nergens op te reageren. Daar was hij te hoffelijk voor. Die hoffelijkheid, ja, dat vond ik prettig. De manier waarop hij een hand reikte als we een riviertje overstaken.

Misschien moet ik toch nog een e-mail sturen?

 

3 gedachten over “28. Robin”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s