2.25. Meer licht

‘Werk zoeken?’ Barbara klinkt als vanouds. ‘Maar mama, je bent met pensioen!’ ‘Ik ben helemaal niet met pensioen!’ snauw ik terug, ‘Ik ben nog maar 61 jaar, ik kan nog prima werken.’ ‘Maar je hebt het toch niet nodig?’ ‘Juist wel! Ik heb het nodig!’ ‘Maar de uitgeverij heeft je toch uitbetaald?’ ‘Ik heb geen… Lees verder 2.25. Meer licht

2.24. Licht

‘Wat is de zin van het leven?’ vraag ik aan Hanne in koffiehuis De Lantaren. Ze lacht. ‘Dit’, zegt ze. Ze neemt een slok van haar cappuccino en ze likt de room van haar bovenlip. ‘Koffie en room zijn de zin van het leven,’ zegt ze. ‘Nee, serieus,’ zeg ik, ‘waarom zijn we hier?’ ‘Ik… Lees verder 2.24. Licht

2.23. In de war

Waar was ik gebleven? O ja, het telefoontje van Louise. Op zich had ze niet veel nieuws te vertellen. Ze was in haar eentje op het strand en ze dacht aan mij, zei ze. ‘Ik heb nog wat vakantiedagen over,’ zei ze, ‘Heb je geen zin om samen een paar dagen in Noord-Spanje rond te… Lees verder 2.23. In de war

2.22. Barbara

Mijn appartement en ik waren klaar voor Nic, ik had nog een hele zondagochtend voor mij en dus tijd genoeg om nog even met Barbara af te spreken. Zij was toevallig ook vrij, Ferre was gaan fietsen met vrienden, en ze ging wonderwel onmiddellijk op mijn voorstel in. We spraken af in Caffènation. ‘Gaat het… Lees verder 2.22. Barbara

2.21. Hanne

Toen Hanne en ik nog collega’s waren gingen we elke dinsdag en donderdag tijdens de lunchpauze in het stadspark wandelen. Die wandelingen mis ik. Het bedrijf, de andere collega’s en het werk mis ik niet. Hanne kan zich vandaag, op een zaterdag nog wel, een uurtje onttrekken aan haar gezin. Ik ben haar dankbaar. We… Lees verder 2.21. Hanne

2.20. Nic

‘Je overvalt me,’ zeg ik tegen Nicolas. ‘Dat heb ik van jou geleerd,’ antwoordt hij, ‘alleen geef ik jou wat meer bedenktijd, want ik ben nog niet onderweg.’ Ik hoor hem glimlachen en ik moet zelf ook lachen om zijn gevatheid. ‘Ik zou het echt fijn vinden als je een keertje naar Antwerpen komt,’ zeg… Lees verder 2.20. Nic

2.19. River

Kiki heeft citroentaartjes van Le Pain Quotidien meegebracht en ik begin er voorzichtig aan. Mijn maag is nog kieskeurig. ‘Hoe zit dat nu met River?’ vraag ik, na twee zuinige hapjes. Kiki heeft haar mond vol. ‘Eerst jij,’ zegt ze. ‘Wat ik?’ vraag ik. ‘Wat je in Trescases hebt gedaan.’ ‘Dat heb ik toch gezegd?… Lees verder 2.19. River

2.18. Ziek

Dit is me nog niet dikwijls overkomen: ik ben zo ziek geweest dat het lijkt alsof er een hele week uit mijn bestaan is weggeknipt. Het begon toen ik thuis aankwam. Alsof mijn lichaam zo verstandig was om te wachten tot ik in een veilige omgeving was, in mijn eigen vertrouwde badkamer, om te beginnen… Lees verder 2.18. Ziek

2.17. Grens

Een man met een snor kussen, dat prikt. Mijn bovenlip is nog steeds wat gevoelig. Ik heb er wat balsem op gesmeerd maar ik denk dat ik het nog een paar uurtjes zal voelen. Mijn lichaam voel ik ook. Als je dingen doet die je niet gewend bent, ontdek je spieren en gewrichten waarvan je… Lees verder 2.17. Grens